Een skypend, facebookend opperhoofd | Google en Al Gore zeggen: Fantastisch

Een skypend, facebookend opperhoofd verovert de wereld. Al Gore en Google vinden hem fantastisch – houthakkers willen hem dood.

Een oude, gerimpelde indiaan met een veer in zijn neus en een gat onder zijn lip wiegt tevreden in zijn hangmat. Even verderop bouwen zes fittere dorpsgenoten een nieuwe houten hut. Een groepje kinderen rent schaterlachend achter een paar chihuahua’s aan.

Opperhoofd Almir Surui – dikke blote buik, beschilderd gezicht en een flinke verentooi – wandelt tevreden voorbij. Het leven is mooi, in de rimboe. Douchen met regenwater, slapen in een hangmat en alle tijd om te dansen en te schilderen tijdens de rituelen, zoals de Surui-indianen het al eeuwen doen.

Tot zover het romantische verhaal. We zullen maar eerlijk zijn: meestal heeft de leider van deze stam uit het Braziliaanse Amazone-regenwoud gewoon een keurig shirt of overhemd aan, en zijn onderdanen ook. Ze wonen in een verlaten kolonistendorpje, hebben televisie en wasmachines. Jagen doen ze nauwelijks meer: vlees kun je toch ook halen in de supermarkt? Blijft lang goed hoor, in de vriezer. Er is geen Surui-jongere meer te vinden die nog een veer door zijn neus wil slaan. En ook van de rimboe zelf is steeds minder over: het indianenreservaat is omringd door gekapt regenwoud.

Nog maar veertig jaar geleden liepen de Surui-indianen vrolijk rond in een gigantisch bos en hadden ze geen flauw idee dat er ook nog mensen met een andere huidskleur op aarde rondliepen. En toen stonden ze opeens voor hun neus: tientallen blanken die een weg aan kwamen leggen door hun grondgebied. Marimo, de oude, gerimpelde vader van Almir, kan zich die dag nog goed herinneren. Hij springt op uit zijn hangmat en doet alsof hij een pijl en boog vastheeft. ‘We bedreigden ze, zeiden dat ze weg moesten gaan.’

Dat speelgoed maakte weinig indruk op de bouwvakkers. Het werd een mini-oorlog die eenvoudig door de Brazilianen werd gewonnen. Hun wapens, hun missionarissen en ook hun ziektes maakten gehakt van de Surui. ‘We waren met ongeveer vijfduizend toen de blanken kwamen’, zegt Marimo. ‘Twee jaar later waren er nog maar 290 over.’

Moordenaar

Dat er anno 2010 nog iets van de Surui en hun cultuur over is, is grotendeels te danken aan een jongetje dat tijdens de kennismaking met de Brazilianen nog niet eens geboren was. Almir Surui was nog maar dertien jaar oud toen hij werd verkozen tot leider van zijn dorp. ‘Ja, dat was jong’, grijnst hij nu. ‘Maar de anderen waren er blijkbaar van overtuigd dat ik talent had. Vier jaar later werd ik zelfs hoofd van de hele stam. Dat was soms wel lastig. Vlak nadat ik gekozen was gebeurde er iets wat normaal nooit gebeurt: een Surui had een stamgenoot vermoord. Iedereen wilde dat ik de moordenaar ter dood zou veroordelen, maar dat weigerde ik.’ Het 17-jarige opperhoofd won de strijd. De moordenaar werd verbannen.

De jonge Almir koos een opmerkelijke strategie om zijn stam te beschermen tegen nog verdere verwestering: volgens hem moesten de Surui zich niet afzonderen in het reservaat en met pijl en boog blijven doen alsof ze nog in de middeleeuwen zaten, maar was het veel effectiever als ze de Braziliaanse maatschappij zouden begrijpen. En dus ging hij studeren in de grote stad, als eerste van zijn stam. Maar dat was nog niet genoeg: even later vloog het opperhoofd naar Washington, nog maar twintig jaar oud, om de almachtige Wereldbank uit te leggen dat het allemaal anders moest.

‘De Braziliaanse regering was de Amazone aan het verpesten met geld van de Wereldbank’, vertelt Almir. ‘Duizenden arme mensen uit de grote steden kregen een lap regenwoud, zodat ze daar gewassen konden gaan verbouwen. Niemand begreep blijkbaar dat dat een ramp was voor de indianen en voor de Amazone.’ Zonder een woord Engels te spreken kreeg hij voor elkaar dat de Wereldbank met het project stopte. ‘En nu sponsort de Wereldbank ons.’

Nog altijd zijn er twee Almirs: het opperhoofd dat op zijn gemakje in zijn blote buik door het dorp sjouwt, en de internationale onderhandelaar die naar Kopenhagen vliegt om met de groten der aarde te overleggen over het klimaatbeleid, die verslaafd is aan zijn iPhone, Skype en Facebook, die dikke vrienden is met de Spaanse band Manu Chao, die zich een ongeluk netwerkt en die elke nieuwe techniek aangrijpt als die zijn stam op een of andere manier kan helpen.

Zo belandde de indianenleider pas geleden ook bij Google. De grote bazen van dat concern, Sergey Brin en Larry Page, wilden na een hoop heisa wel een half uurtje voor hem vrijmaken. Het werden úren, en toen Almir weer naar buiten liep kwamen Brin en Page erachter dat ze beloofd hadden een speciale Google Earth-applicatie voor de indianen te maken.

In Almirs wangen verschijnen lachkuiltjes als hij eraan terugdenkt. ‘Zodra onze jongeren zien dat er illegaal houd gekapt wordt in het bos, dan maken ze daar foto’s en filmpjes van met hun telefoons. Die staan weer in verbinding met een GPS-systeem, zodat de exacte plaats kan worden bepaald. Het materiaal wordt als bewijs aan de politie gegeven en op internet gezet.’

Al Gore

Vasco van Roosmalen, een Nederlander die veel met Braziliaanse indianenstammen werkt, ging met Almir mee naar het Google-hoofdkwartier. ‘Er zijn veel opperhoofden die net zo ambitieus zijn als Almir, maar niemand is zo succesvol als hij. Hij krijgt alles voor elkaar.’ Prins Charles, Al Gore, de Amerikaanse soulzangeres Grace: allemaal vielen ze voor het charisma van het Surui-opperhoofd. Tot frustratie van de houthakkers: die hebben een prijs van 100.000 dollar uitgeloofd voor degene die het opperhoofd richting eeuwige jachtvelden helpt.

Ondanks die successen is niet iedereen in het dorp van Almir zielsgelukkig. De oude medicijnman Perpera zit verveeld op de veranda voor zijn huis. ‘Ik was een workaholic toen de westerlingen kwamen’, zegt hij. ‘Het is bijna twintig jaar geleden dat ik voor het laatst iemand heb genezen. Steeds meer Suruí gingen naar de kerk. Ze geloofden niet meer in mij. Uiteindelijk ben ik gestopt. Ik heb me erbij neergelegd. Soms kunnen nieuwe technologieën een bijdrage zijn voor de cultuur, maar ik vind het wel jammer dat we bijvoorbeeld niet meer dansen voordat we gaan jagen.’

Ook vader Marimo vindt dat het leven voor de komst van de blanken makkelijker was. De Surui-jongeren daarentegen vermaken zich prima: ze kijken tv of brullen mee met de Engelstalige liedjes die door de boxen knallen. En ze studeren.


Vredespijp

Het opperhoofd krijgt daar weinig van mee: die bevindt die zich vaker in de stad dan in zijn eigen dorp. Ook vandaag weer. In zijn jeep rijdt Almir over het kronkelige modderweggetje dat van de Surui-basis naar de dichtstbijzijnde stad loopt. Het is tijd voor topoverleg. Uit de hele regio stromen opperhoofden toe voor een heuse indianenconferentie.

Een beetje in kleermakerszit voor de wigwam zitten en vredespijp roken dus? Nou nee. Onder het genot van een kopje koffie laten de indianen onder leiding van Almir gelikte PowerPoint-presentaties zien over hoe hun bos ervoor staat. Satellietfoto’s van jaren geleden, satellietfoto’s van nu. Conclusie: er moet snel iets gebeuren als ze nog een paar bomen over willen houden. ‘Ik heb niets tegen winst maken’, zegt Almir, ‘en ik snap ook dat de families van de houtkappers te eten moeten hebben, maar op deze manier verdienen we maar één keer geld. Als een heel stuk bos gekapt is, komt het niet meer terug. We moeten een plan verzinnen om structureel geld te verdienen aan de Amazone.’

En daarvoor heeft hij wel een voorstel: medicijnen. ‘Wij kennen de Amazone, en in het woud liggen talloze medicijnen voor het oprapen. Mijn tweede vrouw had al drie mannen gehad voordat ze mij kreeg, maar ze raakte nooit zwanger.’ Weer die lach. ‘Ze was al veertig, maar dankzij onze medicijnen was het binnen een paar weken raak. We hebben ook onze eigen anticonceptiemiddelen. En er is nog veel meer: het zou me niet verbazen als het antwoord op kanker en aids ook in de Amazone ligt. Maar dan moeten westerse bedrijven met ons komen samenwerken - nu proberen ze zoveel mogelijk langs ons heen te gaan.’ En als dat niet lukt kan hij altijd nog een paar miljoen euro binnenslepen door emissierechten – waarbij rijke landen die teveel CO2 uitstoten compensatie betalen aan milieuvriendelijker gebieden – te verkopen.

Langzaam maar zeker gaat het succesverhaal van dat onbetekenende rimboe-opperhoofd dat zijn stam op de kaart zette de hele wereld over. Het nieuws heeft zelfs andere onbetekenende rimboevolkjes bereikt, en die zijn zeer geïnteresseerd in hun Braziliaanse Verlosser. ‘Ik ben gebeld door stammen in Congo en Nieuw-Zeeland’, zegt Almir, ‘of ik hun ook wil helpen.’ En? ‘Ja, natuurlijk.’

Die gaan nog eens heel groot worden.

fotos-leonard-faustle.jpgfotos-leonard-faustle.jpg
 
Google belooft oplossing voor sms-bug in Android

Google heeft beloofd een fix uit te brengen voor de sms-bug in Android, waardoor sms’jes soms bij verkeerde personen aankomen.

Google komt er aan met Honeycom Android 3.0

Google presenteert vandaag op de Consumer Electronic Show (CES) in Las Vegas haar mobiele operating system (OS) Android 3.0, werktitel Honeycomb (zie filmpje). Deze nieuwe versie van Android is vanaf scratch ontworpen voor toepassingen op tablet computers.